In de afgelopen maand is het boek ‘Banda – de Genocide van Jan Pieterszoon Coen’ gepubliceerd en op 13 mei zal de film ‘De Oost’ in première gaan. Het zijn twee belangrijke publicaties omdat ze een aanvulling op elkaar hebben.

Wat in veel geschiedvertellingen ontbreekt is de systeemkritiek van historici. Er wordt wel verteld wat in het verleden is gebeurd, maar de daden worden nooit écht afgekeurd omdat het systeem wat hierdoor is ontstaan niet wordt verworpen. In het boek van Marjolein van Pagee wordt dit onmisbare gedeelte echter wél benoemd als hoofdmotief. Daarbij wordt het perspectief van de nazaten die de genocide hebben overleefd ook in meegenomen. In Banda (Wandan)* zijn destijds de basisfundamenten gelegd van een koloniaal, racistisch en kapitalistisch systeem. 1621 markeert het begin van de globalisatie van het kapitalisme door Nederland. Schrijven over Banda kan dus niet zonder systeemkritiek en een koppeling van het verleden naar het heden. Want Nederland heeft nog steeds een monopoly op de nootmuskaathandel. In hoeverre is het koloniale rijk dan gevallen? Het omverwerpen van standbeelden is een revolutionaire daad, wat in de laatste fase hoort. Als het koloniale rijk nog niet gevallen is, is het omverwerpen van standbeelden slechts symptoombestrijding door activisten en ‘performative’ gedrag van de Nederlandse staat. Daarom dat het standbeeld in Hoorn van Jan Pieterszoon Coen in mijn optiek mag blijven staan zo lang het systeem nog niet omver is geworpen.

Banda geeft een belangrijke context aan De Oost, de reden dat Nederland na de onafhankelijkheid invasie pleegde in Indonesië heeft te maken met honderden jaren van onderdrukking en uitbuiting waar ze niet mee wilden ophouden. Echter waar in Banda koloniale systemen worden verworpen, worden in De Oost de koloniale structuren juist in stand gehouden. De daders in De Oost worden niet slecht genoeg neergezet, integendeel tot de kritiek vanuit de Molukse en Indische gemeenschap dat hun ‘helden’ als (te) slecht worden neergezet. Alsof de scenes over de standrechtelijke executies niet erg genoeg waren, de namen die genoemd worden komen uit het dossier van stichting K.U.K.B., ook deze executies waren in werkelijkheid nog veel erger. In een van de scenes lijkt het alsof er ongeveer 10 mensen standrechtelijk geëxecuteerd worden, terwijl in werkelijkheid waren dit er honderden. Hoe heftig de scenes zijn, de beeldvorming is wel met opzet verzacht. Zo zet Jeffry Pondaag van stichting K.U.K.B. zich al jaren in voor de slachtoffers van deze massamoorden. De rechtbank heeft onlangs €123,48 aan schadevergoeding betaald aan de dochter van een van de vele slachtoffers. Een klap in het gezicht van een ieder die slachtoffer is van kolonialisme. 75 jaar later ziet de Nederlandse staat de slachtoffers nog steeds niet als mensen.

Des te vreemder is het contrast hoe de hoofdpersoon en de andere misdadigers zo menselijk mogelijk worden afgebeeld in het doen van onmenselijke daden. Dit werkt de cognitieve dissonantie in de hand wat de Nederlanders doen wegkijken van het koloniaal verleden. De psychologische patronen dat mensen de behoefte hebben dat er altijd wel iets goeds moet zijn in iets slechts, wordt hiermee bekrachtigd. Zo was het inderdaad seksistisch hoe Nederlanders met de Indonesische vrouwen omgingen, maar hoe de vrouwen worden afgebeeld in de film is ook seksistisch. Er wordt bijvoorbeeld de suggestie gewekt dat er sprake is van wederzijdse liefde tussen verkrachter en slachtoffer. Hierdoor wordt bij de kijker victim blaming gevoed. Een mainstream film met zo’n groot bereik, veroorzaakt en versterkt op psychologisch niveau, onderdrukkende gedachtenkaders in het collectief bewustzijn. In Nederlands-Indië werden indigenous vrouwen honderden jaren verkracht door kolonisten omdat er een ‘vrouwentekort’ was. Toegeven dat opa een verkrachter was is voor velen te pijnlijk en er wordt daarom continu een geromantiseerd beeld verteld waar de vrouw sympathie heeft voor haar onderdrukker alsof dit de norm is, zonder erbij te vernoemen dat er sprake is van een stockholmsyndroom.

De film gaat niet over de onafhankelijkheidsstrijd. De film gaat over de poging tot rekolonisering van Indonesië waarbij de schuld van de misdaden van Nederland wordt erkend. Als we kijken naar Indonesische onafhankelijkheidsfilms zoals Merah Putih (Trilogi Merdeka) dan wordt er nauwelijks aandacht besteed aan het leed van de onderdrukker, wat in contrast staat met De Oost. Er wordt zelfs aandacht gegeven aan de PTSS symptomen van de soldaten voor het vermoorden van onschuldige burgers, maar deze onschuldige burgers krijgen in de film geen gezicht of karakter. Hoewel het debat in Nederland over het koloniaal verleden nog niet vergevorderd is, is het wel een belangrijke film omdat er nog ‘accountability’ moet komen. Er moet nog steeds verantwoordelijkheid genomen worden voor de daden na 75 jaar, en de 350 jaar van kolonisatie. De film en ook het boek geeft een goede opstap om het koloniaal verleden bespreekbaar te maken en zijn dus belangrijke publicaties voor het collectief bewustzijn.

Disclaimer: Dit opiniestuk is op het laatste moment geweigerd om platform te krijgen in de media. De voorwaarde om platform te krijgen was dat het stuk witgewassen zou moeten worden door stemmen uit te wissen en daden glad te strijken.

*Wandan is de originele naam van Banda. De nazaten vragen om de originele naam te respecteren en niet meer de koloniale benaming te gebruiken.

Voorwoord Banda door mevrouw Francisca Pattipilohy:
https://www.youtube.com/watch?v=8xi61S_YDCE

Radio interview met fragment uit de boekpresentatie van één van de nazaten in Nederland:
https://www.youtube.com/watch?v=DbS9eBM8dn8

Reacties van ingewijden over De Oost
https://dekanttekening.nl/samenleving/te-negatief-of-juist-te-nederlands-de-oost-raakt-aan-diepe-wonden2/